V8 T-Ford motor
T-Praet, nieuws van het T-Ford front
Omstreeks 1915 hebben de heren J. Dale Gentry en Martin S. Lewis uit Los Angeles een V8 motor voor de T-Ford ontworpen en gebouwd.


De benodigde gietstukken werden bij een lokale gieterij gemaakt en het meeste draai- en freeswerk werd door de heren zelf uitgevoerd, hoewel sommige zaken zoals het boren van het blok en het maken van de nokkenas werden uitbesteed. Er werd gebruik gemaakt van de originele krukas, distributietandwielen, kleppen, versnellingsbak en carterpan. Het geheel was dusdanig geconstrueerd dat de motor direct in een T-Ford paste. Volgens Gentry draaide de eerste motor zeer goed.




De planning was om de V8 motor te gaan produceren ter vervanging van de viercilinder T-Ford motor. Ze hadden het plan om een kleine fabriek op te zetten, maar Gentry was een Ford dealer en kreeg bezoek van
dhr. B.L. Graves, de Los Angeles district manager van de Ford Motor Company. Deze meende dat Gentry zich beter bezig kon houden met zijn goed lopende Ford dealerschap in plaats van met zijn V8, anders kon hij zijn dealerschap wel eens kwijtraken. Gentry koos eieren voor zijn geld omdat hij zijn waardevolle dealerschap niet kwijt wilde raken.

Terugkijkend meende Gentry dat hij mogelijk een fortuin had kunnen verdienen als hij zijn plannen had doorgezet.

De enige overgebleven motor is te zien in het Henry Ford museum in Dearborn, Michigan.

Enkele vragen die opkomen zijn:
•    Zou de toch al zwakke krukas sterk genoeg hiervoor zijn geweest?
•    Hoe is het gesteld met de lagering (twee drijfstangen op een kruktap)
•    Hoe is het gesteld met de koeling?

Maar gezien de capaciteiten van deze mensen zullen zij daar ook wel oplossingen voor gevonden hebben.